Blog

HALLO.

Discipline: Geen categorie
Comments: No
Ik heb een aangeboren nieuwsgierigheid naar mensen. Ze beter leren kennen. Hun ideeën en drijfveren. Ook schrijven is voor mij: in andermans wereld duiken. Me als een tekstuele kameleon onderwerpen eigen maken.

Dat doe ik al sinds mijn zesde, zodra ik op de basisschool had leren lezen en schrijven. Kinderversjes, korte verhalen. Als tiener zelfs een meisjesboek. Er was altijd publiek voor. Lieve ooms en tantes. De meester van de zesde klas. En mijn ouders, die na de verbouwing van hun bungalow (er kwam een hele verdieping bovenop) een speciaal redactielokaal voor mij inrichtten. Precies zo groot (lees: ieniemienie) als het hok van de cv-ketel er tegenover, maar toch: ik kreeg daar mijn eigen telefoonaansluiting en was zo’n beetje de eerste twaalfjarige met een zakelijke girorekening.

Grof geld verdienen
En ik had mijn eigen weekblad. ‘Hallo’ heette het. Zo briljant eenvoudig. Enkele leraren Nederlands en een HEAO-studie Communicatie later ging ik dan eindelijk grof geld verdienen met schrijven. Nou ja… ik had eerst nog een paar banen in loondienst. Pas op mijn veertigste durfde ik de sprong in het diepe aan. Fulltime freelancen. Mijn eigen tekstbureau.

Sprookjes
Ik ben een verhalenverteller. Dat deed ik al toen mijn twee zusjes en ik nog een slaapkamer deelden. Zij griezelen onder de dekens… of wegzwijmelen als ik een romantische bui had. Vroeg slapen kon ik toen al niet. En in sprookjes geloof ik nog steeds graag.


Don Draper worden. Die droom is best een beetje uitgekomen. Zónder alle drank en de vele sigaretten 😉

“Iedereen kan schrijven”, hoorde ik laatst iemand zeggen. Dat is natuurlijk maar ten dele het geval. En misschien is het ook belangrijker om te vragen of je er plezier aan beleeft. Heel veel ondernemers zweten en zwoegen op hun teksten, dat weet ik zeker. Dan vergaat je de lol in het schrijven gauw. In dat geval zou ik zeggen: uitbesteden die hap. Zeker als het structureel schrijfwerk betreft, zoals een blog of content voor sociale media (Facebook, Twitter, Instagram, LinkedIn).

Twee voordelen: ik vind niets leuker dan dat. En jij kunt je weer concentreren op waar jij goed in bent. Lijkt mij een duidelijke win-winsituatie, toch? Zullen we een afspraak maken?

 

Twintig, misschien dertig jaar geleden was het een heel ding als je een pastamachine in huis had. Je koopt ze tegenwoordig voor vijftien euro online, maar destijds waren de authentieke Italiaanse machines nog behoorlijk prijzig en alleen beschikbaar in indrukwekkende kookwinkels.

Wie de moeite neemt om zelf pasta te maken, van speciale grano duro (meel van harde tarwe), is niet zomaar een hobbykok. Wie zelf pasta maakt, is een culinaire autoriteit.

pastamachine

Een weblog is de pastamachine van het internet

Zakelijk zichtbaar

Een weblog is de pastamachine van het internet. Elke zichzelf respecterende professional deelt vaktips, schrijft nieuwsbrieven en… kladdert een online logboek vol. Met een blog creëer je online autoriteit en het doet ook nog wonderen voor je zakelijke zichtbaarheid. Een blog is je eigen podium en biedt jou erkenning als ter zake kundig, toegankelijk en betrokken.

Open deuren

Maar het valt niet mee om periodiek actueel, scherp, onafhankelijk en visionair te zijn. Laat staan om je ideeën, tips en inzichten aantrekkelijk en bondig te formuleren. Prikkelende thema’s te verzinnen en die foutloos, zelfs puntig, te verwoorden. Vaak genoeg klik ik teleurgesteld een Twitter- of Facebook-linkje weg. Toegegeven: de kop maakte me instantaan nieuwsgierig, maar de inhoud blijkt een opeenstapeling van open deuren. Lees verder

Tijdens een netwerkborrel kwam het onderwerp per ongeluk ter sprake: factureren. (Trouwens nooit een hekel aan gehad: het maakt zo fijn inzichtelijk wat ik allemaal heb gedaan de afgelopen maand. En waarmee ik straks mijn boodschappen bij de Lidl ga afrekenen.)

Nu koketteer ik graag met mijn aversie tegen cijfers. Bij mij ontbreekt die exacte (linker-)hersenhelft eenvoudig. (Het is nog nét geen dyscalculie.)

Word Excel

“Factureer jij dan in Wórd?” was de stomverbaasde reactie van mijn gesprekspartner. Het schaamrood begon al omhoog te kruipen. Want ik begrijp heus wel dat alles met cijfertjes om Excel schreeuwt. Of zelfs om een volwaardig boekhoudprogramma. Maar met gemiddeld 80 facturen per jaar is het nog heel goed handmatig te doen. En, zoals gezegd: ik beleef er lol aan en lol mag wat tijd kosten, toch? Lees verder

Het is best lastig om een eenling te zijn. Te wachten tot je – ná een afspraak – pas thuis je mail kunt checken. Of bekijken of je in de tussentijd leuke tweets hebt gemist. Ik ben van een uitstervend ras. Ik heb geen smartphone.

Tot nu toe beviel dat prima. Sterker nog: ik verafschuw de junkies die, zelfs tijdens een romantisch dineetje, hun gadget naast zich op tafel laten liggen en regelmatig even checken of ze iets belangrijkersmissen. Als tafel- of gespreksgenoot kan ik me daardoor flink beledigd voelen. Hallo, ik zit híer! En vind je het nu interessant wat ik te melden heb of niet? Anders kunnen we beter thuis gaan skypen, twitteren of mailen.

Free wifi

Maar ik moet bekennen; het wordt steeds verleidelijker. Zonder internet op je mobiel is het toch veel meer gedoe om te controleren of de treinen wel rijden en wanneer die leuke nieuwe film draait. Dat kan allemaal niet stante pede, dat moet thuis of ergens op een plek met free wifi.

Kek shellclammetje

Precies een jaar geleden heb ik nog stoer principieel veel moeite gedaan om een uiterst basic gsm te vinden waarmee ik alleen kan bellen en sms’en. Een kek bordeauxrood shellclammetje (mobiel met klepje) waar ik echt blij mee was. Maar de wildgroei van iPhones nekt me. Want in mij schuilt wel degelijk een gadget woman. Ik wil ook swipen, Wordfeuden en real time foto’s plaatsen op m’n Facebook-pagina.

Trendsetter

En nu lees ik vandaag ergens dat er een nieuwe trend zichtbaar is. Voorzichtig, maar onmiskenbaar. Steeds meer mensen schaffen een basis mobiel toestel aan. 60% van de gsm-gebruikers heeft al een smartphone of wil er een. Maar 40% lijkt dat juist niet van plan te zijn of ruilt zijn smartphone weer in.

Waarmee maar weer is bewezen: als je maar lang genoeg wacht, word je vanzelf weer een trendsetter.

(Dit blogje verscheen eerder op www.42bis.nl)

Er zijn van die opdrachten waarbij al veel misloopt voordat je goed en wel begonnen bent…

De kunst is om je dan niet uit het veld te laten slaan.

Zo bereidde ik voor een opdrachtgever een flink aantal telefonische interviews voor over een online applicatie. Helaas ondervond de lancering van deze applicatie veel vertraging, waardoor ook de interviewafspraken keer op keer werden uitgesteld.

Eindelijk had ik dan toch de eerste kandidaat aan de lijn. Maar helaas, waar mijn opdracht luidde een positief pr-verhaal te componeren, ventileerde deze mevrouw slechts fikse kritiek. Waardoor de projectleider in een kramp schoot en het interview dreigde af te keuren.

Ik raadde haar dit ten stelligste af, omdat kritiek ook kansen biedt. Kansen voor verbetering en de mogelijkheid een eerlijk kijkje in de keuken te bieden. Misschien geen alledaagse opvatting van pr, maar wel een bruikbare.

We gaven de projectleider in hetzelfde artikel een podium om te reageren op de kritiek en haar plannen voor verbetering kenbaar te maken. Resultaat: een interviewkandidaat die zich gehoord weet, een tevreden opdrachtgever én een eerlijk verhaal op basis van hoor en wederhoor.

Precies daarin kan een tekstschrijver-met-communicatiekennis het verschil maken.

Behalve met taal bemoei ik me ook graag met mode. En wat ik daarbij steeds vaker tegenkom: de irritante omdraaiing.

Dus: ‘Ik pas die rok niet’ in plaats van ‘Die rok past mij niet’.

Zomaar een kleine taalirritatie, niets wereldschokkends en al helemáál niets om je ervan te weerhouden met volle teugen van de nazomerzon te genieten. Op de tweede Rokjesdag van 2011.

Taal blijft een interessant fenomeen, want voortdurend in ontwikkeling. Waar je als professionele taalgebruiker aan iets meer regels gebonden bent, verandert spreektaal zo’n beetje dagelijks.

Ik ben eens gaan letten op het gebruik van lidwoorden voorafgaand aan de naam van een winkel(keten) of bedrijfsnaam.

Zo zegt bijna iedereen: “Ik ga even naar de HEMA”; je haalt het niet in je hoofd om hier het lidwoord weg te laten. Bij bedrijfsnamen die rechtstreeks zijn afgeleid van een eigennaam, ligt dat wat genuanceerder: je hoort net zo goed “Ik ga even naar Albert Heijn” als “even naar de Albert Heijn”. (Populaire gasten zeggen trouwens gewoon: “Ben even naar Appie”, maar dat terzijde.)

Probeer het zelf maar eens met willekeurig Gamma, Bijenkorf, Bart Smit of V&D. Daarbij lijkt het niet veel uit te maken of de bedrijfsnaam een afkorting is (V&D, C&A, H&M).

In het Engels, Duits noch het Spaans is het gebruik van het lidwoord vóór een winkel(keten) of bedrijfsnaam gebruikelijk; volgens mij gebeurt dit alleen in het Nederlands. Het fenomeen lijkt zelfs regiogebonden, familiegebonden en/of persoonsgebonden.

Uiteraard heb ik proberen uit te zoeken of er sprake is van regels of vaste patronen. Bij het Genootschap Onze Taal komt men, net als ik, niet veel verder dan het signaleren van het fenomeen: zie http://www.onzetaal.nl/advies/hema.php en http://www.onzetaal.nl/advies/hetmuseum.php

Daarom een vrijmoedige oproep: iemand enig idee?

Productetiketten, het blijft een moeilijke categorie voor copywriters.

Neem nu ‘Andrélon Perfecte krul shampoo’. Ik gebruik dat spul regelmatig en stoor me keer op keer aan de informatie voor op de fles:

‘voor pluizend, krullend haar’.

Nu ben ik ook de beroerdste niet en snap ik best wat Andrélon bedoelt: de shampoo is speciaal voor mensen met krullend haar, die geen pluis willen. Maar dat staat er dus niet.

"voor pluizend en krullend haar"

N.B. Tekstschrijver schreef mee aan een collectief liefdesgedicht over taal:

‘Dit is mijn taal’ is een ode aan de taal, geschreven door één beroepsdichter en 198 lezers van Taalpost, de elektronische nieuwsbrief over taal. Ingmar Heytze schreef de eerste vijf regels, die vervolgens op allerlei manieren als inspiratie werden gebruikt door de andere dichters. Uiteindelijk kwamen er inzendingen binnen van meer dan 250 dichters. Taalpost-redacteurs Erik Dams en Marc van Oostendorp maakten een selectie en een ordening van de inzendingen. Een heel enkele keer werd er ingegrepen: als een inzending langer was dan vijf regels werd er onbarmhartig in geknipt, terwijl bij een enkele te korte inzending een regel bijvoorbeeld in tweeën werd geknipt. Verder heeft de redactie niets veranderd aan spelling, interpunctie, grammatica of woordkeus omdat dit alles tot de dichterlijke vrijheid gerekend werd. De winnaars van de wedstrijd worden bekend gemaakt in Taalpost 2011. De redactie van Taalpost heeft de inzendingen in ieder geval met veel plezier gelezen. ‘Dit is mijn taal’ is een heus collectief liefdesgedicht geworden waaruit duidelijk wordt hoeveel ieder voor zich van zijn of haar taal houdt, en hoezeer dat ons samenbindt.

Erik Dams en Marc van Oostendorp

Zie http://taalpost.onzetaal.nl/